Koppelen van konijnen

Konijnen zijn prooidieren en echte groepsdieren. In de natuur zitten ze in een groep waarbij er altijd één konijn let op gevaar, zodat de rest kan rusten. Een konijn dat alleen zit, moet altijd zelf alert zijn en dat levert een hoop stress op. Dit wordt versterkt als het konijn ook geen schuilmogelijkheden heeft. Het is absoluut natuurlijker en gezonder om twee of meerdere konijnen bij elkaar te huisvesten.

Konijnen kan men het beste aan elkaar koppelen op een neutraal terrein. Dus een plek die voor beide konijnen geheel nieuw is, bijvoorbeeld de badkamer. Zet nooit zo maar een konijn bij een ander konijn in het hok. Hierdoor ontstaat territorium-agressie. Konijnen willen graag net als mensen eerst kennismaken. De eerste ontmoeting is het belangrijkste, wanneer dit fout gaat is het moeilijk om ze nog te koppelen. Het maakt niet uit welk ras of hoe groot konijnen zijn die je koppelt, maar het geslacht en de leeftijd is wel belangrijk. Het beste kun je konijnen van ongeveer dezelfde leeftijd bij elkaar houden. Een jong konijn wordt nauwelijks geaccepteerd door ouderen en wordt onder de voet gelopen. De mooiste combinatie is een mannetje en een vrouwtje. Het is belangrijk dat ze gecastreerd/gesteriliseerd zijn (zie brief castratie/sterilisatie). Konijnen zijn vanaf ongeveer drie maanden geslachtsrijp (dwergkonijnen zijn vroeger dan reuzerassen). Konijnen van hetzelfde geslacht kunnen ook gekoppeld worden, maar ook hier is het verstandig om ze te laten castreren/steriliseren. Hormonen kunnen dan geen reden zijn om te gaan vechten. Wacht minimaal 4 weken na castratie/sterilisatie met koppelen, zodat alle wonden goed geheeld zijn en het konijn niet meer vruchtbaar is.

Het nieuwe konijn kan in het begin het beste in een kooi gehuisvest worden, naast de kooi van het andere konijn. Zo zien en ruiken ze elkaar. Het is belangrijk dat beide konijnen goed gezond zijn. Koppelen is in het begin stressvol en kost veel energie.

Na een tijd kunnen ze kort bij elkaar gezet worden. Blijf hier in het begin altijd bij! Als één van de twee konijnen op de andere wil rijden, is dit een teken van dominantie. Dit kan dus ook het vrouwtje bij het andere konijn doen. Dit gedrag mag niet te lang duren, want het konijn dat onder zit, kan bijten. Tekenen van agressie zijn: oren schuin naar achteren en staart omhoog en brommen. Wanneer ze gaan vechten, steek dan nooit uw hand erbij. Konijnen maken geen onderscheid op zo'n moment tussen een soortgenoot of uw hand en kunnen hard bijten. Om ze uit elkaar te halen spuit u met een plantenspuit op hun kop. Wanneer ze in elkaar geïntresseerd zijn, gaan ze eerst ieder hun eigen weg. Dit lijkt raar, maar zo kijken ze of ze elkaar kunnen vertrouwen. Als ze elkaar vertrouwen lopen ze naar elkaar toe, gaan eten, zichzelf wassen of languit liggen. Gaan ze goed met elkaar om, dan is uw aanwezigheid niet meer nodig, maar blijf voorlopig wel in de buurt.

Er zullen in het begin veel keutels zijn. Wilde konijnen, die in verschillende kolonies (families) wonen, markeren hun gebied door keutels te laten vallen. Zo weet de andere kolonie dat daar de grens is, die ze niet mogen overschrijden. Het is dus geen onzindelijkheid! Als de konijnen een stelletje zijn geworden verdwijnt dit gedrag over het algemeen. Maar hoe meer konijnen er in huis wonen, hoe meer er gemarkeerd zal worden.

Heeft u problemen met koppelen of wilt nog tips, raadpleeg dan de assistentes Monique of Wendy.

De 10 pluspunten
van PlusDierenklinieken
op een rij lees meer...
Plus vaste klanten voordeel.
U krijgt voorrang bij spoed, aantrekkelijke korting op
veel van onze diensten, programma's en dierenvoeding lees meer...
Nieuwsbrief ?

Meer informatie?
bel 075 617 39 11 of
info@plusdierenklinieken.nl

Online afspraak maken?
Klik hier