Kinderen en puppies

Dit stuk moet gelezen worden in de juiste context: een hond kan een verrijking zijn voor kinderen, maar de omgang met een hond brengt risico’s met zich mee.

Er is ook een programma ontwikkeld door de overheid om bijtincidenten bij  kinderen te voorkomen door verkeerd omgang met honden. Kijk voor meer informatie op www.blauwehond.nl

Hoe werkt het ook al weer in de natuur?

De wolvenroedel: Er is een absolute leider, die onvoorwaardelijk gehoorzaamd wordt. Daaronder heerst een rangorde: een steeds rang lagere wolf, tot we komen bij de laagste in rang.

En dan onze "mensenroedel" (zijn wolvenroedel), waarin het precies zo moet gaan, één absolute leider en een rangorde tot de laagste. Die laagste moet in een mensengezin de hond zijn. Kinderen staan slechts hoger in rang dankzij de aanwezigheid van de roedelleiders (ouders). Men zegt ook wel dat kinderen “buiten de rangorde staan”. Alle gezinsleden moeten in de rangorde boven de hond geplaatst worden, anders zou hij lager geplaatste gezinsleden in principe mogen corrigeren en dit is natuurlijk niet de bedoeling. Een hond die geen leiding krijgt zal steeds zelf proberen het leiderschap over te nemen. Een hond ziet een kind niet zoals hij een volwassene ziet: van een volwassene accepteert hij dat die zich als een ranghogere gedraagt, van een kind niet. Daar komt bij dat kinderen zich anders tegenover honden gedragen dan volwassenen: ze beschouwen de hond als speelkameraadje en kunnen nog niet voldoende begrip opbrengen voor de behoefte en de wensen van de hond.

Kinderen stellen zich in de ogen van honden vaak ondergeschikt op en dit geeft de hond het recht om kinderen te corrigeren…met alle gevolgen van dien. Het meest voorkomende is de situatie waarin kinderen naar de hond toe kruipen. In de natuur gaat alleen een onderdanige hond naar een hogere in rangorde. Nooit gaat een hoger geplaatste naar een lagere, of het moet zijn om te corrigeren. Het kind geeft dus aan dat het lager in rang is. Tevens lijkt het erop dat een kruipend kind zich klein heeft gemaakt, ook een teken van onderdanigheid. Uitgaande van de rangorde verhouding binnen een roedel, in dit geval het gezin, is het normaal voor een hond dat hij de baby accepteert. In de natuur stijgt de teef die pups heeft, in de rangorde. De andere honden hebben deze nieuwkomers in de roedel maar te accepteren. In het gezin is de mens ranghoger dan de hond. De hond heeft het dus maar te accepteren dat er een baby aan het gezin (roedel) wordt toegevoegd. De mens bepaalt immers hoe de hond zich dient te gedragen. Zo bepaalt de mens ook welk gedrag de hond dient te tonen naar andere huisgenoten.

Lees hier meer over:

Alles op een rijtje

  • Net lopende peuters staan nog onevenwichtig op hun beentjes. De kans dat zij over een hond heen vallen als zij de hond moeten passeren is niet denkbeeldig. Voor veel honden is dat een zeer beangstigende ervaring.
  • Kinderen mogen niet stoeien of trekspelletjes met de hond doen. Voor veel honden zijn dat vechtspelletjes om te kijken wie het sterkst is. Omdat een kind dat niet beseft en vaak ook niet sterk genoeg is om zulke spelletjes te winnen, zal de hond meestal als winnaar uit de bus komen. Daardoor voelt hij zich superieur aan het kind, terwijl naarmate een kind ouder wordt het kind langzaam maar zeker boven de hond hoort te komen te staan.
  • Kinderen kunnen heel prima een goed apporterende hond een balletje laten ophalen. Of zijn balletje verstoppen zodat hij hem moet opzoeken. Honden leren op die manier dat er aan kinderen ook heel wat leuks te beleven valt, waardoor zij kinderen als iets positiefs beleven.
  • Kinderen moeten leren niet steeds op uitnodigingen van de hond in te gaan. Dus als een hond met een balletje aan komt omdat hij van het kind wil dat dit met hem een spelletje begint, moet het kind de hond eerst laten zitten. Hij moet werken voor de kost, niet zomaar iets voor niets krijgen. Hetzelfde geldt voor aaien. Een om een aai vragende hond moet even iets doen om te worden geaaid, bijvoorbeeld even gaan zitten of een poot geven (in opdracht van het kind).
  • Kinderen moeten niet stoeien, hard rennen en schreeuwen in bijzijn van een hond. Dat maakt hem nerveus, en sommige honden kunnen om rust in de roedel te krijgen gaan bijten.
  • Kinderen moeten honden nooit recht aankijken.
  • De etensbak, waterbak of speeltjes van de hond zijn alleen van de hond. Het kind mag hier dan ook niet aankomen (ook niet als de hond er niet uit eet, drinkt of mee speelt). Hetzelfde geldt voor de mand of andere (slaap)plaats van de hond. Ook als de hond er zelf niet in ligt.
  • De hond wil niet over zijn kop geaaid worden. Het kind kan de hond achter de oren of onder de kin aaien.
  • Let erop dat bij het knuffelen van de hond het kind niet op of onder de hond gaat liggen. Ze mogen zich ook niet over de hond heen buigen, zich laten likken, de hond kusjes op zijn snuit geven, hem stevig omhelzen of optillen. De bank is voor mensen, niet voor de hond.
  • Een etende of slapende hond mag niet gestoord worden, en zeker niet door kinderen.

    Zo snel mogelijk moet het kind leren op een goede manier met de hond om te gaan. Leer een kind:
     
  • Respect te hebben voor de hond. Een hond is een levend wezen en geen speelpop waarmee je kunt doen wat je wilt.
  • Zich rustig te gedragen tegenover de hond.
  • De taal van de hond. Het is belangrijk dat het kind leert wat het betekent als een hond gromt of kwispelt en leert zien wanneer de hond bang is.
  • Dat hij gebeten kan worden als hij de hond pijn doet. Hij mag de hond nooit slaan en nooit plagen.
  • Hoe hij een hond moet aaien, met de haarrichting mee en niet tegen de haarrichting in.
  • De hond altijd met rust te laten als hij ligt te slapen of in zijn mand ligt.
  • Nooit aan de etensbak te komen als de hond staat te eten.
  • Niet te pas en te onpas de naam van de hond of commando’s naar hem te roepen.
  • De hond naar zich toe te laten komen en niet achter hem aanlopen.
  • Nooit achter een hond aanrennen.
  • Nooit zomaar een vreemde hond te aaien of ernaar toe te hollen. Dat laatste is voor een hond heel bedreigend.
  • Altijd eerst aan de eigenaar te vragen of hij zijn hond mag aanraken.
  • Dan altijd eerst voorzichtig de hond aan de hand te laten ruiken.
  • Een hond nooit ongevraagd voer te geven.
  • Dat het niet nodig is dat hij iedere vreemde hond benadert en aait.
  • Niet te schreeuwen tegen een hond.
  • Direct stil te gaan staan, als een hond achter hem aanholt.
  • Nooit naast de hond op de grond te gaan liggen.
  • Nooit de handen in de lucht te steken.
  • Nooit de hond op schoot te nemen.
  • Nooit de hond op de bank bij het kind laten.
De 10 pluspunten
van PlusDierenklinieken
op een rij lees meer...
Plus vaste klanten voordeel.
U krijgt voorrang bij spoed, aantrekkelijke korting op
veel van onze diensten, programma's en dierenvoeding lees meer...
Nieuwsbrief ?

Meer informatie?
bel 075 617 39 11 of
info@plusdierenklinieken.nl

Online afspraak maken?
Klik hier